Vroege Muziek aan het Franse Hof op Cyprus
Vakantiebestemming al gekozen? Zal het Frankrijk gaan worden of iets totaal anders? Cyprus misschien? Toch hebben deze twee populaire vakantiebestemmingen veel gemeen!
Dit staat niet in de Wat&Hoe, Cypriotisch voor beginners.
Hoewel Cyprus op het eerste gezicht erg afgelegen lijkt als centrum voor laat middeleeuwse franse muziek, was het dat zeker niet. Al in 1191 werd het eiland geannexeerd door ‘Richard Leeuwenhart’ tijdens de derde kruistocht. De strategische ligging van het eiland, zo dicht bij het Heilige Land, maakte het tot een belangrijk en gewild militair steunpunt. Richard verkocht het eiland aan de Tempeliers, die er op hun beurt de familie Lusignan aan het hoofd zetten.
Onder de signatuur J.II.9 verschuilt zich in de biblioteca nazionale te Turijn een vroeg vijftiende eeuws muziekhandschrift dat om diverse redenen een heel bijzonder document is. Het muziekhandschrift J.II.9 is geschreven tijdens de regeerperiode van Koning Janus (1398-1432), en dan met name op instigatie van zijn tweede echt-genote: Charlotte de Bourbon. Zij kwam in 1411 naar het eiland met een omvangrijke hofhouding, met onder meer een eigen muziekkapel.
- Over de Schola" target="_blank">www.fontys.nl/conservatorium/oude.muziek.67308.htm">Schola Cantorum Brabantiae.
Het Schola Cantorum Brabantiae is de opleiding oude vocale muziek aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten, Brabants Conservatorium Tilburg.
Het doel van deze studie is om kundige zangers en instrumentalisten op te leiden voor het snel groeiende segment van de vroege modale muziek. Hierbij wordt evenveel aandacht besteed aan het vergaren van diepgewortelde kennis van de historische context, de taal en de stijl, als aan de bekwaamheid om dit solo- en ensemble-repertoire op een hoog niveau uit te voeren.
- Dr. Rebecca Stewart is de leidster van de Schola. Zij studeerde musicologie, etnomusicologie en zang aan diverse universiteiten. Ze ontving haar bachelor's diploma aan de Stanford University en haar PhD aan de universiteit van Californië in Los Angeles, met als specialisatie Noordindische klassieke muziek. Sinds 1974 concentreert zij zich voornamelijk op de vroege Europese vocale tradities, die zij plaatst in de grotere geografische modale familie waar zij thuishoren. Van 1987 tot 2002 was zij artistiek leidster van het vokaal ensemble ‘Capella Pratensis’. Sindsdien is zij leidster van verschillende ensembles die zich veranderen naar de aard van de muziek. Er verschenen verscheidene artikelen van haar hand over vroege modale muziek en zangtechnieken.
- Maurice van Lieshout leidt het instrumentale gedeelte van de Schola. Hij studeerde blokfluit en piano aan het Brabants Conservatorium te Tilburg, het Koninklijk Conservatorium te Den Haag en de Scuola Civica te Milaan. Hij is verbonden als docent voor historische improvisatie aan de Hochschule für Musik te Leipzig en te Frankfurt. In 1994 richtte hij ‘Fala Música’ op, een ensemble voor laatmiddeleeuwse muziek. Het ensemble was te gast in vele toonaangevende oude muziek festivals (o.a. Brugge, Antwerpen, Netwerk oude muziek).
Het handschrift zelf kunt u zien op www.omifacsimiles.com/brochures/turin.html
- INFORMATIE:
Zaterdag 1 april 2006 in het Kunstkerkje te Velp (N-Brabant) Pastoor Loefsweg 1. Aanvang 15.00 uur, Kerk open 14.45 uur. Entrée 6 Euro. Reserveren aanbevolen via:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Meer informatie over programma en het handschrift.
Auteur: Maurice van Lieshout
Onder de signatuur J.II.9 verschuilt zich in de biblioteca nazionale te Turijn een vroeg vijftiende eeuws muziekhandschrift dat om diverse redenen een heel bijzonder document is. J.II.9 geeft ons een schier grenzeloze rijkdom en varieteit aan muzikale composities en poetische vormen. Op maar liefst 141 folio’s, verdeeld over vijf fascikels, vinden we, naast twee rijmende gregoriaanse officies en een mis voor Hylarion, de patroonheilige van Cyprus, 17 meerstemmige misdelen, 33 franse en latijnse motetten en 166 franse wereldlijke liederen (102 ballades, 43 rondeaux en 21 virelais). Alle werken zijn anoniem overgeleverd en zijn zogenaamde ‘unica’, d.w.z zonder dit handschrift zouden ze voor ons verloren zijn geraakt. Maar wellicht nog bijzonderder is het feit dat dit hele corpus verbonden kan worden met één enkele geografische context: het hof van Koning Janus te Nicosia op.......het eiland Cyprus.
Hoewel Cyprus op het eerste gezicht erg afgelegen lijkt als centrum voor laat middeleeuwse franse muziek, was het dat zeker niet. Al in 1191 werd het eiland geannexeerd door ‘Richard Leeuwenhart’ tijdens de derde kruistocht. De strategische ligging van het eiland, zo dicht bij het Heilige Land, maakte het tot een belangrijk en gewild militair steunpunt. Richard verkocht het eiland aan de Tempeliers, die er op hun beurt de familie Lusignan aan het hoofd zetten. Deze dynastie zou het begin zijn van een lange periode van franse overheersing, tot uiteindelijk de Ottomaanse Turken het eiland veroverden in 1571. Het muziekhandschrift J.II.9 is geschreven tijdens de regeerperiode van Koning Janus (1398-1432), en dan met name op instigatie van zijn tweede echt-genote: Charlotte de Bourbon. Zij kwam in 1411 naar het eiland met een omvangrijke hofhouding, met onder meer een eigen muziekkapel.
Onze keuze uit dit omvangrijke handschrift wil het Cypriotische aspect ervan onderstrepen. Het gregoriaanse officie en mis waarmee het handschrift opent is gewijd aan Sint Hylarion. Deze, in west Europa relatief onbekende, heilige werd aan het begin van de vierde eeuw na Christus geboren in Gaza en bekeerde zich tot het Christendom in Alexandrie. Na vele omzwervingen kwam hij uiteindelijk aan op Cyprus, waar hij in 372 stierf. Hij wordt beschouwd als charismatisch stichter van het kloosterleven in Palestina en stond bekend als wonderbaarlijke genezer. Op 23 Januari 1413 gaf de schismatische paus Giovanni XXIII te Avignon toestemming voor de uitvoering van het nieuwe officie, naar alle waarschijnlijkheid speciaal gecomponeerd voor het hof op Cyprus.
Uit het gregoriaanse openingsfascikel namen we een aantal gezangen: de introitus, het kyrie, het alleluia, het offertorium en de communio. Het Gloria kozen we uit de verzameling meerstemmige zettingen van misdelen in het tweede fascikel. De vaste woorden van het (driestemmige) Gloria worden in deze compositie geintrapoleerd met nieuwe teksten, die met Sint Hylarion in verband zouden kunnen staan. Ook het Sanctus wordt op deze manier behandeld, maar is door de anonieme componist in de vorm van een motet gegoten. Het laatmiddeleeuwse motet heeft in de regel twee bovenstemmen met verschillende teksten, begeleid door één of twee onderstemmen zonder tekst. Het motet no.17 (Magni patris/Ovent Cyprus) behandelt eveneens het thema van St Hylarion en is bedoeld voor uitvoering op zijn naamdag (21 oktober). Interessant is dat dit vervangende Sanctus motet direct na het Hylarion-motet gekopieerd werd, alsof de kopiist een verband tussen Christus en Hylarion wou leggen. Het liturgische gedeelte van ons programma wordt afgesloten met een motet dat in de plaats van het afsluitende ‘Deo gratias’gezongen werd.
Hierna volgen nog drie meerstemmige ballades en een canonisch rondeau. De gedichten staan geheel in de gangbare poetische traditie van de hoofse liefde. De muzikale vormen (de zogenaamde ‘formes fixes’) waren een halve eeuw eerder al gecanoniseerd door Guillaume de Machaut in zijn ‘Remède de Fortune’. Qua muzikale stijl zijn enkele liederen gedeeltelijk gecomponeerd in de zogenaamde ‘Ars subtilior’. Deze stijl gebruikt zeer verfijnd uitgewerkte rythmische en melodische wendingen. Het canonische rondeau is een bijzonder curiosum in het Ars Nova liedrepertoire. Niet zozeer vanwege het canonische aspect, maar veel eerder vanwege het feit dat het vierstemmig gedacht is. De canonisch gevoerde melodie bestrijkt dan ook een omvang die normaliter gereserveerd is voor vier afzonderlijke stemmen (van tenor tot triplum) en is dientengevolge veel groter geworden. Dit grillige melodische verloop is in het algemeen kenmerkend voor de muziek van dit handschrift. Horen we hier werk van een componist die zijn wortels heeft in de franse muzikale en poetische traditie, maar die op Cyprus beinvloed werd door de alom aanwezige muziek van de Byzantijnse traditie?
