Gastrecensies

Recensie Dordt Monumenteel 2008.

Door Paula Quint

- Polyfonie uit de Lage Landen.

Op diverse prachtige historische locaties in het hartje van Dordrecht vindt in het kader van de Open Monumenten Dag een aantal korte maar bijzondere concerten plaats. Naast muziek uit andere delen van de wereld bekommert een drietal ensembles zich over muziek van voorheen ‘eigen’ bodem ofwel de Lage Landen. Oude Muziek Brabant, die verantwoordelijk is voor de invulling van reeksen concerten op verschillende plekken, laat zien dat Nederland ensembles herbergt van grote kwaliteit.

Om 13:00 uur start de eerste serie in de Grote Kerk. Vocaal ensemble Cantus Modalis onder leiding van niemand minder dan Rebecca Stewart bijt het spits af met een programma geheel gewijd aan de Mariamotetten van Josquin Desprez. De vijf prachtige motetten kunnen de enorme ruimte ternauwernood vullen maar de toehoorders rondom de zangers worden direct meegesleurd door de wonderschone klanken. Het ensemble creëert een intieme sfeer doordat het zich in een halve circel rondom één enkele lessenaar schaart. Een mooi beeld dat iets oproept van weleer. Josquin is ongetwijfeld de grootste componist van de 15e eeuw, dat heeft Cantus Modalis onheroepelijk weten te bevestigen. Het ensemble bestond uit zes uitstekende musici, te weten: Rebecca Stewart (leiding), Ivo Berg, Frank den Hartog, Milo Machover, Ronald Kuilman en Ton Debets.

In het Stadhuis van Dordrecht werden vervolgens Chansons van Guillaume de Machaut, onder de overkoepelende titel ‘De Fortune’, tot klinken gebracht door Fala Música.
Artistiek leider Maurice van Lieshout weet zich wederom te omringen door voortreffelijke musici. Paulien v/d Werff (sopraan), Martin Erhardt (portatief), Mechthild Karkow (vedel), Contenance Allanic (gotische harp) en uiteraard Maurice van Lieshout (blokfluit) brengen een half uur lang afwisseling tussen vocale en instrumentale zettingen van geliefde melodieën afkomstig uit de Lage Landen omstreeks 1400. Naast de voor de hand liggende prominente rol van sopraan Paulien v/d Werff is ook ruimte aanwezig voor de vakkundig bespeelde bijzondere instrumenten. Kortom: een lust voor oor en oog. De volle zaal luisterde geboeid en de concentratie bij menigeen werd zichtbaar verstoord door de luidruchtige bezoekers van de Momumentendag.

Na zoveel moois kan de dag al eigenlijk niet meer stuk en valt er bovendien niets mooiers meer te verwachten. Het Ensemble Contenance bewijst echter het tegendeel. Vier voortreffelijke zangers laten hun licht schijnen op de Nederlandse poëzie en muziek van de Franco-Vlaamse school van omstreeks 1500. Het programma rondom het centrale thema liefde voor de vrouw draagt de titel ‘Mijn liefkins bruun ooghen.’ Prachtige liederen van ondermeer Jacob Obrecht, Pierre de la Rue en Johannes Ghiselin passeren de revue. Ildikó Hajnal, Joep van Buchum, Stephan van der Maas en Bram Verheijen laten op alle fronten het hoogtepunt van de polyfonie van de Lage Landen herbeleven. De samenstelling van slechts vier zangers is kwetsbaar en vergt grote kwaliteit en kundigheid.
Helaas moest vanwege de lengte van het programma een tweetal liederen worden geschrapt. In dit geval had het half uur eigenlijk best véél langer mogen duren.

Beoordeling op de schaal 1 tot 10: 8,5

Lees meer...
 

Recensie Rose & Lis, een verstandshuwelijk tussen twee machten.

Door Paula Quint

Bloemensymboliek viert hoogtij.

In de Dekenkapel van de Pieterskerk in Utrecht presenteerde het ensemble voor laatmiddeleeuwse muziek Fala Música een programma met meerstemmige liederen in de zogenaamde Ars subtilior. Balladen en Rondeaus uit verschillende handschriften -heden ten dage te vinden in bibliotheken te Parijs, Chantilly, Utrecht en Leiden - zijn samengebracht onder de titel Rose & Lis, een verstandshuwelijk tussen twee machten. De gelijknamige ballade van de componist Egidius is de muzikale toonzetting van het huwelijk tussen Jeanne de Boulogne (Rose) en Jean Duc de Berry (Lis). Aan de hand van de bloemensymboliek, die in de middeleeuwen hoogtij vierde, valt een dergelijke titel eenvoudig te duiden. In die periode werd menig huwelijk gesloten om politieke redenen. Weinig liefde dus. De kunst trok zich daar weinig van aan. Dichters werden geïnspireerd tot prachtige teksten en de componisten schreven de mooiste muziek. De ballade Belle, bonne van Baude Cordier werd zelfs in de vorm van een hart genoteerd (zie afbeelding).

In de 14e eeuw ondervindt de muziek tal van vernieuwingen, die leiden tot stijlen als onder andere de Ars nova en de Ars subtilior. In de laatstgenoemde ontstond een hechte band tussen intellect, improvisatie en notatie. Complexe ritmische, melodische en harmonische structuren en het creëren van ingewikkelde bladspiegels (de componist Trebor schreef ook zijn naam bij voorkeur ook in spiegelbeeld), zijn typerend voor de tijdsgeest. De stijl beleeft een absoluut hoogtepunt in de muziek van Guillaume de Machaut.

Het ensemble Fala Música bewijst echter dat ook het werk van tijdgenoten zeer de moeite waard is.

Mami Irisawa (sopraan), Maurice van Lieshout (blokfluit), Hans Lub (vedel), Constance Allanic (gotische harp) en Christian Braun (schuiftrompet) zijn allen uitstekende musici. Het samenspel laat niet veel te wensen over. De sopraan schitterde met haar zeker voor het genre perfecte stem.

Toch moet worden vastgesteld dat het voor menig toehoorder soms wat moeizaam was de aandacht vast te houden. De muziek is niet makkelijk te doorgronden en de complexiteit ervan vereist een verfijnd oor. Bovendien was het door het ontbreken van een goede toelichting wat lastig de rode draad in het programma te begrijpen zonder voorafgaande verdieping in de materie. Meer afwisseling in de bezetting had zeker bijgedragen tot een wat levendiger geheel. Een solo voor bijvoorbeeld de harp – componist Baude Cordier bespeelde overigens zelf dit instrument – was absoluut op zijn plaats geweest.
Al met al was het voor de ingewijde toehoorder mogelijk je mee te laten voeren naar lang vervlogen tijden en dat was op zijn minst puur genieten.
Tot slot liet het ensemble zich verleiden tot een toegift. Een rondeau waarin niet de complexe ritmiek maar de melodie de boventoon voert.

Beoordeling op de schaal 1 tot 10: 7

Lees meer...
 

Recensie Ensemble Corona `In minen sin,' cd presentatie & cd

Door Paula quint

- Vereeuwiging van de drieëenheid.

Op een wonderschone locatie in het hartje van Amsterdam trok het Ensemble Corona afgelopen zondag 22 april een volle zaal. Zelfs het onweerstaanbaar mooie weer kon het publiek niet weerhouden deze bijzondere gelegenheid bij te wonen. Geen stoel bleef onbemand. In het gezelschap waren vele bekende gezichten te ontwaren. De wereld is soms heel klein, zeker die aangaande de luit. Eenmaal je naam gevestigd in een dergelijke kring garandeert de kwaliteit van de musici. Eveline Juten, luitiste en zangeres, de spil van het ensemble, heeft zeker haar sporen verdiend. Al jarenlang bezit zij een speciale plaats in de wereld van het meest geliefde tokkelinstrument van de Middeleeuwen, Renaissance en Barok. Geen voorstelling of presentatie laat zij onopgemerkt. Altijd weet zij speciale elementen toe te voegen die een optreden zo speciaal maken. Act, kleding of dans, er is altijd een verrassend element. Haar eigenheid wordt door de beide andere musici, Heleen Gerritsen (Cornetto en blokfluit) en Margot Fontijne (Viola da gamba en vedel) voortreffelijk ondersteund en verrijkt. Hoge kwaliteit dus in een levendige presentatie.

Het programma en de CD presenteren wereldlijke muziek aan de Italiaanse hoven rond 1500.

Aan de voet van de Renaissance viert de cultuur in Italië hoogtij. Menig musicus of kunstenaar uit de Noordelijke landen trekt naar het Zuiden om aldaar zijn geluk te beproeven. Met name de musici waren vanwege hun bijzonder hoge kwaliteiten zeer geliefd. In dienst van vorsten en edellieden klinken de veritaliaanste namen van de virtuozen uit bijvoorbeeld de Lage Landen. De noordelingen brachten hun eigen melodieën mee die vervolgens regelmatig ter inspiratie dienden. Componisten namen bestaande wijzen als uitgangspunt voor nieuwe werken waarmee een eer werd bewezen aan de oorspronkelijke schepper.
Het Ensemble Corona brengt juist deze praktijk tot klinken. ‘In minen sin’ en ‘Tandernaken’ zijn in meerdere versies te beluisteren.

De polyfone muziek van de Noordelingen vormt één onderdeel van de CD. Daarnaast spelen de frottole en de dansmuziek een belangrijke rol. De stem van Eveline Juten leent zich uitstekend voor de verklankingen van de Italiaanse poëzie waartoe deze frottole dienden. De relatief eenvoudige structuur van het genre maakt het dat de zangeres zichzelf kan begeleiden op de luit.
De aanwezigheid van de dansmuziek is haast vanzelfsprekend. De feesten aan de hoven werden opgeluisterd door muziek en dans. Het repertoire voor de luit bestaat veelal uit dansen als de pavane, saltarello, piva etc. Het ensemble speelt overtuigend de vaak eigen arrangementen. De muziek neigt eenvoudig tot beweging.

De presentatie blijkt overigens een belevenis op zichzelf. De drie musici worden bijgestaan door de dansers Lieven Baert en Josephine Schreiber, beiden gehuld in prachtige kledij. Een ware lust voor het oog.

Temidden van alle muzikale geneugten wordt een lezing gehouden door Edgard Vreuls. Met verve slaat hij een brug van heden naar verleden. Cultuur is noodzakelijk. In de eeuwen voorafgaand aan die van ons was men zich daar wel degelijk van bewust. Nu groeit het besef dat steden zonder eigen culturele mogelijkheden in de nabije toekomst te maken krijgen met grote problemen. Maar we eindigen vrolijk. De CD is het resultaat van met name de kracht, het doorzettingsvermogen en de kwaliteiten van de drie musici: ‘de vereeuwiging van een drieëenheid’, aldus Edgard Vreuls.

Uiteindelijk wordt een met doeken omwikkelde mysterieuze pilaar vol vers gebrande CD’s door de dansers onthuld.
Het publiek wordt uitgenodigd voor een drankje en een dans, waar velen met zichtbaar plezier gehoor aan geven. De CD, uiteraard helaas geleverd zonder dansers, is zeer aan te bevelen en verkrijgbaar o.a via de website van het ensemble.

www.ensemble-corona.nl/nl/cd.html

Beoordeling
op de schaal 1 tot 10: 8.5

Lees meer...
 

Camerata Trajectina: Ceres, Venus en Bacchus, opera (1686) van Johan Schenk

Door Paula Quint

Zonder Spys en Wyn kan geen Liefde zyn.

Gezien: ‘Bacchus, Ceres en Venus’, opera van Johan Schenck (1660-ca. 1712), op een libretto van Govert Bidloo.
Marc Krone (acteur), Renate Arends (sopraan), Hieke Meppelink (sopraan), Mariët Kaasschieter (sopraan), Jasper Schweppe (bariton), Bernard Loonen (tenor); Camerata Trajectina o.l.v. Louis Peter Grijp. Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam, 14 september 2006, 20.30 uur.

De opera kent in Nederland een lange en rijke geschiedenis. In tal van Amsterdamse theaters werden voorstellingen gegeven. De opera ‘Isis’ van Jean-Baptiste Lully was de eerste die in de Stadsschouwburg werd opgevoerd. Dit gebeurde in het jaar 1677. In de eeuwen daarna heeft het werk van menig componist van grote naam geklonken op de Amsterdamse podia.

In 1680 opende Theodoro Stryker een speciaal operatheater in Amsterdam. Zijn voorkeur ging uit naar het Italiaanse repertoire. Maar opera in het algemeen bedreigde het Nederlandse toneel en het nieuwe theater moest al snel de deuren sluiten. Niet veel later, in 1684, verscheen de arts en dichter Govert Bidloo ten tonele als regent van de Schouwburg. Hij bleek de man te zijn die wist en begreep wat het Nederlandse publiek verlangde. Spektakel!!

Kunst en vliegwerk moest het publiek naar de zalen trekken. Bidloo heeft veel kritiek ondervonden maar dat mocht de pret niet drukken. In 1686 kwam hij met een echte Nederlandse productie op de zinspreuk Zonder Spys en Wyn kan geen Liefde zyn. Het verhaal gaat kort gezegd over de hereniging van Bacchus (god van de wijn), Ceres (godin van de vruchtbaarheid) en Venus (godin van de schoonheid en de liefde).
Bidloo, die zelf het libretto schreef, vond in Johan Schenck de ideale componist. Zo dichtte hij in een lofzang over deze musicus:

“Een man dooroeffend om, door toets van stem, en snaren,
De driften van de geest bevattelyk te doen varen
Ter ziel, en Zinnen; te bewegen het gemoed
Tot droefheid, vreugde, en wat het Hert beroeren doed
Door enkel klanken, op ’t verheffen, nederdalen
Het slepen, trippelen, of ’t slaan der Nagtegalen
Met hikken, snikken.”

Johan Schenck (1660-ca. 1720) werd in Amsterdam geboren uit Duitse ouders. Deze gambist componeerde in 1686 de muziek op het libretto van Bidloo. Slechts een selectie van het repertoire werd uitgegeven onder de titel ‘Eenige gezangen uit de opera van Bacchus, Ceres en Venus (1687). Het libretto is volledig overgeleverd maar geeft weinig muzikale aanwijzingen. Een vergelijking met de in Amsterdam populaire Franse opera doet echter vermoeden dat er meer moet zijn geweest.

Nu, ruim driehonderd jaar later beleeft de opera ‘Bacchus, Ceres en Venus’ opnieuw enkele uitvoeringen. Regisseur en acteur Marc Krone presenteert in de rol van Govert Bidloo het spektakel in een nog niet definitieve versie. Modern gekleed en met populaire uitstraling voert hij het publiek mee in zijn fantasieën. De opera is niet af. Het beloofde kunst en vliegwerk blijft uit en moet zich afspelen in een ieders verbeelding. Zelfs een deel van de muziek wordt ter plekke op het podium gecomponeerd, althans die suggestie wordt gewekt.

Puttend uit het oeuvre van Johan Schenck heeft Camerata Trajectina onder leiding van Louis Peter Grijp de verloren muziek met succes gereconstrueerd. Slechts in één opera wordt nu een goed beeld geschetst van de kwaliteiten van deze componist. De muziek is mooi en getuigt van een gedegen vakmanschap. De melodieën en harmonieën weerspiegelen de tekst. Prachtige aria’s worden ten gehore gebracht, met als hoogtepunt de aangrijpende aria van Venus gezongen door de sopraan Renate Arends. Grijp heeft enkele recitatieven opnieuw gecomponeerd en is daar zeer wel in geslaagd: het publiek is het zeker ontgaan. De totale muzikale prestaties laten niets te wensen over. Alle solisten en het ensemble laten zich van hun beste kant horen.

Marc Krone, in de rol van regisseur, en Freija Wouters, ontwerpster van de kostuums, verdienen het speciaal genoemd te worden. Het tweetal heeft grote bijdragen geleverd aan de levendigheid en de verbeelding van deze voorstelling. De zangers zijn gedwongen het verhaal tot leven brengen met nagenoeg niets. Geen decor, geen spectaculair kunst en vliegwerk. Maar wel prachtige kleding die multifunctioneel blijkt te zijn. Eén gewaad wordt omgetoverd tot een ware bloementuin. Door Bidloo zelf nog eens aan het woord te laten wordt het een kleurrijk geheel, met zelfs ook enkele komische momenten.
Een voorstelling die ondanks de beperkingen toch zeer de moeite waard blijkt te zijn.

Beoordeling op de schaal 1 tot 10: 8

 


Pagina 1 van 2

La Clappeye: Historisch theater

Muziek Op Locatie


OMB Nieuwsbrief

Inschrijven of uitschrijven OMB Nieuwsbrief.


Naam:

Email:

Polleke

Een nieuw Nationaal Historisch museum