La Primavera: Napels, Passie en Geneugten
Door Martine Mussies.
De meeste klassieke-muziek liefhebbers zullen 2006 associëren met Wolfje. Gambomanen onder ons denken daarnaast waarschijnlijk ook nog wel even aan Marin Marais en musicologen houden nette lijstjes bij, met namen als Kees van Baaren en Dmitri Sjostakovitsj onder het kopje “geboortejaar”, en Pachelbel, Michael Haydn, Schumann en Charpentier onder “sterfjaar”. Maar op 19 februari werd ik een middagje overspoeld door klanken uit het hoofd van een andere jubilaris, namelijk Andrea Falconieri.
Dat woordje “jubilaris” moet u overigens niet al te letterlijk nemen, want we weten eigenlijk niet eens zeker of de beste man nou in 1585 òf in ’86 geboren is. Zijn geboorteplaats staat wel vast: Napels. Dat was naast de eerste ook de laatste stad van deze Italiaanse luitist, zanger, dirigent en componist. Hij stierf er in 1656, tijdens een pestepidemie.
Van 1621 tot ongeveer 1628 maakte hij reizen door o.a. Spanje en Frankrijk. Daarna werkte hij aan verschillende hoven in Italië, zoals Modena, Parma en Genua. “Hij schijnt daar [in Genua] wel regelmatig op de vingers te zijn getikt, omdat hij de nonnen teveel opwond met zijn vlammende gitaarspel”, schrijft musicoloog Marcel Bijlo in de programmatoelichting.
Falconieri’s nalatenschap bestaat uit villanellen (met gitaartabulatuur), motetten, madrigalen en instrumentale werken. De meeste van zijn werken zijn helaas verloren gegaan, maar op die ene zondagmiddag maakte ik kennis met een aantal mooie en leuke werken van deze originele componist, in een programma met de veelzeggende titel: “Napels: Passie en geneugten”.
De lente is bij uitstek het seizoen voor passie en geneugten, waarin de zintuigen geprikkeld worden, of misschien wel: opnieuw geprikkeld worden. Het is het jaargetijde van nieuwe geuren en smaken, van een nieuwe wereld om aan te raken, van nieuwe geluiden, gezichten en vergezichten.
Het ensemble dat die middag speelde, bestaat uit musici met heel verschillende gezichten, van verschillende nationaliteiten (Nederlands, Frans, Duits, Braziliaans….), maar met een gezamenlijke passie voor de muzikale lente uit de laat-renaissance en de vroeg-barok. “Vier zusters ademen - dronken de lucht in - van het narcissenveld - in de lente wordt er diep en heftig gesnoven”
U raadt het al: La Primavera onder leiding van de charmante blokfluitiste Clémence Comte. Nadat ze een eerste prijs voor blokfluit aan het conservatorium van Lyon had verkregen, studeerde Clémence bij Claire Michon aan het Conservatorium Erik Satie in Parijs. In 1988 werd haar door de Franse Regering een beurs toegekend om aan het Utrechts Conservatorium bij Heiko ter Schegget, Baldrick Deerenberg en Marion Verbruggen verder te studeren. Daar behaalde ze in 1992 met onderscheiding haar diploma Docerend Musicus en in 1994 haar Solistendiploma. Tegelijkertijd studeerde ze muziekwetenschap aan de Universiteit van Lyon. Ze heeft deelgenomen aan opnamen voor de Stichting Organisatie Oude Muziek Utrecht, de Concertzender, de EO, RNWO, AVRO radio, VRT3, VRT-TV, Radio Classique, France Musiques en Radio Suisse Romande en heeft meerdere cd's opgenomen.
Clémence heeft tien jaar lang blokfluit- en kamermuziekles gegeven in de Studio Oude Muziek te Utrecht. Ze doceert nu aan het Conservatoire National Régional van Besançon, Frankrijk, en is hoofd van de oude muziek afdeling van hetzelfde instituut. Daarnaast werkt ze als docent aan de faculteit muziekwetenschap van de universiteit van Besançon en geeft ze jaarlijks zomercursussen barokmuziek in Frankrijk.
In haar ensemble La Primavera is Clémence de «eye- & earcatcher» , die net zo mooi speelt als ze eruit ziet. Eigenlijk is die nachtegaal trouwens op haar mooist wanneer ze speelt, maar dat terzijde. De blokfluiten die ze bespeelt zijn kopieën van de zeventiende-eeuwse instrumenten en hebben ieder een heel eigen klankkarakter. Ze kiest per stuk met smaak de fluit die er het beste bij past.
En omdat lenteliefde niet altijd zoeter is dan haar 3 zusters uit andere jaargetijden, kreeg het bezoek in de pauze nog een kleine traktatie, bitter met een knipoog: amaretti morbidi al caffè.
Naast de muziek en die bitterkoekjes (waarvan ik er heel onbeschaamd wel drie geproefd heb… kuch kuch) waren en ook traktaties voor de literatuurliefhebbers onder het publiek. Een tipje van de sluier met eronder mijn voorzichtige poging tot een vertaling.
O bellissimi capelli
Miei dolcissimi diletti
Amorose serpentelli
O allermooiste haren
Mijn allerliefste pleziertjes
Liefdevolle kleine slangetjes
* en mijn favoriet:
Com’ è serana l’aura
E tal’hor quieto il mare
E chiaro il ciel che senza nubi appare
Così voi sete, o, l’aura
Se sdegn’ in voi s’affrena
Chiaro ciel, quieto mar, aura serena
Zo sereen als het briesje
En zo rustig als de zee soms is
En zo helder als de hemel zonder wolken
Zo kunt u zijn, o briesje
Als u uw woede in bedwang houdt
Heldere hemel, kalme zee, briesje sereen
Het ensemble speelt al sinds 1995 samen en musiceert als één geheel, sereen gelijk 't briesje.
Zie voor de verdere concerten in deze serie.
Van dit concert zijn c.d. opnamen gemaakt door de Konzertzender Utrecht, waarvoor o.m. dank aan Herman Spee.
- Martine Mussies is studente muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast studeert zij ook Russisch en volgt zij een conservatoriumopleiding aan de Schumann Akademie. Ze heeft ook een eigen site: www.martinemussies.com
